ONDERTUSSEN IN DE WERELD

Rijk kiest voor wind op zee

 

De Nederlandse Rijksoverheid wil dat in 2020 14 procent van alle energie die we in Nederland gebruiken uit duurzame bronnen afkomstig is. In 2023 moet dat zelfs al 16 procent zijn. In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen volgend jaar wordt duurzaamheid een steeds belangrijker thema. Het kabinet neemt hierin vast het voortouw, door in de Ontwerp-Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee nieuwe gebieden aan te wijzen waar windenergie ‘gewonnen’ mag worden.

 

 

Klik voor vergroting

 

In 2015 werd 357 megawatt opgewekt door windmolens op zee, door drie windparken gezamenlijk. Dat wordt de komende jaren snel meer. En dat moet ook wel, omdat het ‘Energieakkoord voor duurzame groei’ vermeldt dat er in 2023 minimaal 4.450 megawatt aan vermogen offshore moet staan. Daarmee worden dan 5 miljoen huishoudens in Nederland van elektriciteit voorzien. In 2017 gaat Gemini hier al een belangrijke bijdrage aan leveren, door 600 megawatt aan het Nederlandse stroomnet te leveren. Ook wordt in 2017 gestart met de bouw van het windpark Borssele, voor de kust van Zeeland. Dit park is verdeeld in vier kavels. De eerste twee kavels worden gebouwd door Deense energiereus Dong. Wie de andere twee kavels mag gaan bouwen wordt binnenkort bekend, de tender voor de aanbesteding is eind september afgesloten. De totale opbrengst van de vier parken zal ongeveer 1.380 megawatt bedragen.

 

Om de flow gaande te houden is het zaak op tijd locaties aan te wijzen waar nieuwe parken gerealiseerd kunnen worden. De Rijksoverheid doet dat nu met de aanwijzing van twee grote gebieden voor de kust van Zuid- en Noord-Holland. Hier kan de bouw van turbines in geconcentreerde vorm plaatsvinden, zodat er ruimte overblijft voor andere gebruikers op de Noordzee – zoals de scheepvaart. Om genoeg plek voor alle benodigde turbines te vinden zijn de gebieden enigszins vergroot ten opzichte van eerdere plannen.